Compenserende vergoeding natuurinrichting

vergoeding voor inkomensverlies van eigenaars en gebruikers bij maatregelen voor een natuurinrichtingsproject, zoals bv de vernatting van gronden

Algemene informatie

Sommige natuurinrichtingsmaatregelen hebben een invloed op de waarde en het gebruik van de grond (bijv. bij vernatting van gronden). De eigenaars en gebruikers die hierdoor inkomensverlies lijden, kunnen een vergoeding aangeboden krijgen.

Die vergoeding hangt af van de aard en omvang van de maatregelen en de effecten. Als er vergoedingen worden uitgekeerd, is de berekening ervan opgenomen in het projectuitvoeringsplan.

Het is het projectcomité van het natuurinrichtingsproject dat in het projectuitvoeringsplan een lijst laat opnemen van alle percelen waarvan de waarde of het gebruik wordt beïnvloed door de natuurinrichtingsmaatregelen, hoe de vergoeding wordt berekend voor elk type van natuurinrichtingsmaatregel voor elk betrokken perceel.

Vergoedingen kunnen eenmalig of periodiek worden uitgekeerd. Als de vergoedingen periodiek worden uitgekeerd, geldt dat voor maximum twintig jaar en kan de vergoeding in tijd afnemen. In geval van wijziging van de eigendoms- of gebruikersstoestand dan wordt de periodieke vergoeding verder uitgekeerd aan de nieuwe eigenaar, vruchtgebruiker of gebruiker.

Toepassing

Het bestaan van vergoedingen moet vermeld staan in het projectuitvoeringsplan van een natuurinrichtingsproject.

Er gelden wel bepaalde beperkingen:

  • Zo dienen de vergoedingen gekoppeld te zijn aan maatregelen die milieuzorg en het natuurbehoud versterken.
  • Er kunnen geen vergoedingen worden verkregen voor maatregelen of prestatie die reeds vereist zijn voor het behouden van de basiskwaliteit voor natuur en milieu zoals dat opgelegd wordt door geldende wetgeving.
  • Het uitbetalen van de vergoedingen vervalt indien de betrokken eigenaar, vruchtgebruiker of gebruiker zich niet houdt aan de geldende wetgeving.
Aandachtspunten
Regelgeving in detail
  • Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
    §1. De Vlaamse regering of haar gemachtigde kan in de gebieden of gebiedscategorieën vermeld in artikel 20, 1° en 2° en in andere door de Vlaamse regering of haar gemachtigde met redenen omkleed aan te duiden gebieden, een natuurinrichtingsproject instellen.

    Met natuurinrichtingsprojecten worden maatregelen en inrichtingswerkzaamheden beoogd die gericht zijn op een optimale inrichting van een gebied met het oog op het behoud, het herstel, het beheer en de ontwikkeling van natuur en natuurlijk milieu in het VEN, de speciale beschermingszones en in groen-, park-, buffer-, bos- en bosuitbreidingsgebieden en de ermee vergelijkbare gebieden, aangeduid op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening.

    Een natuurinrichtingsproject voor een gebied dat behoort tot een speciale beschermingszone, doch niet tot het VEN, kan, naast de maatregelen op basis van artikels 13, 27, 28, 29 en 51, slechts die maatregelen bevatten die nodig zijn voor de instandhouding van de habitats of habitats van soorten waarvoor de speciale beschermingszones werd vastgesteld of aangewezen.

    § 2. De Vlaamse regering stelt de nadere regels vast met betrekking tot de maatregelen binnen natuurinrichtingsprojecten. Deze maatregelen kunnen inhouden:
    1° kavelruil uit kracht van wet, met inbegrip van herkaveling;
    2° infrastructuur- en kavelwerken;
    3° aanpassing van de wegen en van het wegenpatroon;
    4° bewarende maatregelen om te voorkomen dat, vanaf het moment van de aanduiding, het gebruik of de plaatsgesteldheid van het gebied zodanig gewijzigd wordt dat het natuurinrichtingsproject belemmerd wordt;
    5° het tijdelijk opheffen van de bevoegdheden van de administratieve overheid en openbare besturen gedurende de uitvoering van het natuurinrichtingsproject;
    6° het tijdelijk beperkingen opleggen aan het genot van onroerende goederen tijdens de uitvoering van het natuurinrichtingsproject;
    7° waterhuishoudingswerken zoals peilwijziging, wijziging van de structuurkenmerken van de waterlopen, aanpassen van het afwateringspatroon, en aanpassing van de watertoevoer en -afvoer;
    8° grondwerken zoals reliëfwijziging en afgraving;
    9° uitbouw van natuureducatieve voorzieningen;
    10° bedrijfsverplaatsing;
    11° erfdienstbaarheden vestigen of afschaffen.

    § 3. De Vlaamse regering kan de nadere regels vastleggen betreffende de procedure en de uitvoeringsmodaliteiten inzake het voorbereiden, het uitvoeren en het opvolgen van natuurinrichtingsprojecten.

    § 4. De Vlaamse regering kan voorwaarden bepalen waaronder de eigenaar of degene die het gebruiksrecht heeft van een betrokken gebied een vergoeding kunnen krijgen voor de uitvoering van het natuurinrichtingsproject.
  • Besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1998tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober
    § 1. Voor elk natuurinrichtingsproject dat door de minister overeenkomstig het artikel 47 van het decreet is ingesteld, wordt een natuurinrichtingsprojectcomité opgericht, dat belast is met de volgende taken:
    1° de minister adviseren omtrent de maatregelen die binnen het ingestelde natuurinrichtingsproject van toepassing dienen gesteld;
    2° de uitvoering van het natuurinrichtingsproject.

    § 2. Het projectcomité is samengesteld uit de volgende effectieve leden:
    1° twee vertegenwoordigers van het Agentschap, waarvan één het voorzitterschap verzekert, voorgedragen door de leidend ambtenaar in kwestie;
    2° één vertegenwoordiger van de VLM, die het secretariaat verzekert, voorgedragen door de leidend ambtenaar in kwestie;
    3° één vertegenwoordiger van elk departement van de Vlaamse ministeries en van elk agentschap van de Vlaamse administratie, waarvan de bevoegdheid bij het project is betrokken, voorgedragen door de leidend ambtenaar in kwestie;
    4° één vertegenwoordiger van de provincie, voorgedragen door de Bestendige Deputatie van de betrokken provincieraad;
    5° één vertegenwoordiger van de betrokken gemeente, voorgedragen door de Burgemeester van deze gemeente;
    6° één vertegenwoordiger van de natuurverenigingen indien voorgedragen door de MINA-raad;
    7° één vertegenwoordiger van de Provinciale Landbouwkamers indien voorgedragen door de Landbouwkamer van de betrokken provincie;
    8° één vertegenwoordiger van de Koninklijke Federatie van de Belgische Notarissen indien voorgedragen door de Vlaamse afdeling van deze Federatie;
    9° één vertegenwoordiger van elke erkende terreinbeherende natuurvereniging die als eigenaar of beheerder van erkende natuurreservaten bij het natuurinrichtingsproject is betrokken, voorgedragen door de betrokken vereniging;
    10° één vertegenwoordiger van de watervoorzieningsmaatschappij waarvan een waterwinning gelegen is binnen het desbetreffende natuurinrichtingsproject of waarvan de activiteit van een waterwinning een rechtstreekse hydrologische invloed heeft op gebieden binnen het desbetreffende natuurinrichtingsproject, voorgedragen door de betrokken watervoorzieningsmaatschappij.

    Voor elk van de in het eerste lid vermelde effectieve leden worden op dezelfde wijze plaatsvervangende leden voorgedragen.
In de praktijk

Website VLM: https://www.vlm.be/nl/zoeken/Paginas/projecten.aspx tik in natuurinrichting, klik op project.