Erfdienstbaarheid tot openbaar nut - landinrichting

blijvende beperkingen opleggen aan het “dienstbaar erf” ten voordele van het algemeen belang van de burgers

Algemene informatie

Een erfdienstbaarheid tot openbaar nut legt met het oog op het algemeen belang (en de hiermee gepaard gaande inrichtingswerken) blijvende beperkingen aan het private eigendomsrecht. Door een dergelijke eigendomsbeperking wordt de eigenaar echter niet uit zijn eigendom ontzet, hij behoudt zijn eigendomsrechten binnen de perken die vastgesteld zijn bij of krachtens de wet. Het algemene belang wordt gespecificeerd in het landinrichtingsplan, de inrichtingsnota, de beheervisie (landinrichting) of het projectrapport (natuurinrichting). De erfdienstbaarheden tot algemeen nut brengen het gebruik van private eigendom in overeenstemming met het algemeen belang en vormen een alternatief voor een onteigening of herverkaveling. Dit instrument kan worden ingezet bijvoorbeeld in functie van de uitbouw van een recreatief netwerk (wandelpad, ruiterpad, ….) of in functie van milieudoelstellingen.

Er bestaan twee types erfdienstbaarheden tot openbaar nut:

  • gericht op de instandhouding van inrichtingswerken uit kracht van wet;
  • los van voormelde inrichtingswerken en gericht op landschapszorg, natuurontwikkeling, recreatie, mobiliteit, natuureducatie, waterhuishouding, milieuverbeteringen, verbetering van de landbouwstructuur of conservering van archeologische en cultuurhistorische overblijfselen.

Het vestigen van een dergelijke erfdienstbaarheid kan leiden tot waardeverlies van gronden. De vergoeding voor waardevermindering van gronden is er op gericht om de eigenaars en gebruikers eenmalig te vergoeden voor de erfdienstbaarheden die een permanent waardeverlies van de gebruiks- of eigendomswaarde met zich meebrengen.

Toepassing

Toe te passen in het kader van landinrichting of natuurinrichting en de toepassing van instrumenten via:

  • landinrichtingsprojecten (decreet landinrichting) - landinrichtingsplan
  • een project, plan of programma (decreet landinrichting) - inrichtingsnota
  • een natuurinrichtingsproject (decreet natuurbehoud) - projectrapport
Aandachtspunten
  • Op te maken documenten:

    • Vermelden van de kadastrale gegevens waarop de erfdienstbaarheid van openbaar nut wordt gevestigd. 

    • Beschrijving van de erfdienstbaarheid die wordt gevestigd.

  • Verwachte financiële impact:
    • Indien de erfdienstbaarheid leidt tot een waardevermindering van de eigendoms- of gebruikswaarde, heeft de grondeigenaar recht op een vergoeding voor waardevermindering van de gronden.
  • Gekoppelde instrumenten:
    • Vergoeding voor waardeverlies van gronden
    • Landinrichtingsproject
    • Project, plan of programma
    • natuurinrichtingsproject
Regelgeving in detail
  • Decreet betreffende de landinrichting 28/03/2014

    Om het doel van een landinrichtingsproject of een project, plan of programma te realiseren, kunnen volgende erfdienstbaarheden tot openbaar nut worden gevestigd:
    1° erfdienstbaarheden tot openbaar nut gekoppeld aan inrichtingswerken uit kracht van wet als vermeld in artikel 2.1.1, tweede lid;
    2° andere erfdienstbaarheden tot openbaar nut als vermeld in het derde lid.

    Erfdienstbaarheden tot openbaar nut gekoppeld aan inrichtingswerken uit kracht van wet zijn gericht op de instandhouding van inrichtingswerken uit kracht van wet als vermeld in artikel 2.1.1, tweede lid. Diegene die het betrokken landinrichtingsplan of inrichtingsnota heeft vastgesteld, stelt na uitvoering van de betrokken inrichtingswerken uit kracht van wet vast welke erfdienstbaarheden tot openbaar nut gevestigd worden en op welke kadastrale percelen deze erfdienstbaarheden gevestigd worden. Het besluit tot vestiging van de erfdienstbaarheden tot openbaar nut bevat ten minste de kadastrale gegevens van de percelen waarop erfdienstbaarheden tot openbaar nut worden gevestigd met de beschrijving van de erfdienstbaarheid die wordt gevestigd.

    Andere erfdienstbaarheden tot openbaar nut zijn gericht op landschapszorg, natuurontwikkeling, recreatie, mobiliteit, natuureducatie, waterhuishouding, milieuverbeteringen, verbeteren van de landbouwstructuur of conservering van archeologische en cultuurhistorische overblijfselen. Deze erfdienstbaarheden worden gevestigd door de opname van de erfdienstbaarheid tot openbaar nut in het landinrichtingsplan of de inrichtingsnota.

    De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de procedure voor het vestigen en de beschrijving van erfdienstbaarheden tot openbaar nut, alsook voor de tegenstelbaarheid aan derden en voor vergoedingen ter schadeloosstelling.

  • § 1. Om het doel van een landinrichtingsproject of een project, plan of programma te realiseren, kent de landcommissie in de volgende gevallen een vergoeding voor waardeverlies van gronden toe:
    1° als de uitvoering van een inrichtingswerk uit kracht van wet als vermeld in artikel 2.1.1, tweede lid, een daling veroorzaakt van de venale waarde of de gebruikswaarde van de onroerende goederen;
    2° als de vestiging van een erfdienstbaarheid tot openbaar nut als vermeld in artikel 2.1.3 een daling veroorzaakt van de venale waarde of de gebruikswaarde van de onroerende goederen.

    § 2. De vergoeding voor waardeverlies van gronden is verschuldigd aan de eigenaar, vruchtgebruiker of gebruiker van de betrokken grond. De vergoeding voor waardeverlies van gronden die toekomt aan de eigenaar of vruchtgebruiker wordt bepaald op basis van de daling van de venale waarde van het onroerend goed. De vergoeding voor waardeverlies van gronden die toekomt aan de gebruiker wordt bepaald op basis van de reële daling van de gebruikswaarde van het onroerend goed.

    § 3. In het landinrichtingsplan of de inrichtingsnota wordt bepaald welke instantie of persoon de vergoeding voor waardeverlies van gronden verschuldigd is.

    Als de landcommissie een vergoeding vaststelt voor een waterpeilaanpassing, vraagt de landcommissie het advies van de betrokken waterbeheerder van de geklasseerde waterloop. Als de landcommissie binnen een maand na de verzending van het verzoek om advies geen antwoord heeft ontvangen van de betrokken waterbeheerder, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.

    Als de vergoeding voor waardeverlies van gronden bepaalde milieu- of natuurdoelstellingen beoogt, kan alleen vergoed worden als een hogere kwaliteit voor milieu en natuur wordt bereikt dan de basiskwaliteit voor milieu en natuur.

  • De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de wijze waarop het waardeverlies wordt bepaald en voor de wijze van betaling van de vergoeding.
  • De Vlaamse Regering kan een landinrichtingsproject instellen als het landinrichtingsproject bijdraagt tot de realisatie van het beleid dat:
    1° ofwel de Vlaamse Regering voert op het vlak van het behoud, de bescherming en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de open ruimte;
    2° ofwel een provincie of een gemeente voert op het vlak van het behoud, de bescherming en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de open ruimte, als dat beleid past binnen de prioriteiten van de Vlaamse Regering;
    3° ofwel een publiekrechtelijke of een privaatrechtelijke rechtspersoon die in het Vlaamse Gewest is belast met taken van openbaar nut op het vlak van het behoud, de bescherming en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de open ruimte, als de uitvoering van dat beleid past binnen de prioriteiten van de Vlaamse Regering.

    Een landinrichtingsproject wordt voorbereid en uitgevoerd met het oog op een participatieve, geïntegreerde en gebiedsgerichte aanpak. Dit houdt in dat de verschillende functies, kenmerken en kwaliteiten die in het gebied voorkomen mee in overweging worden genomen bij het bepalen en het uitwerken van doelstellingen, maatregelen en de daarvoor in te zetten instrumenten, als die functies, kenmerken en kwaliteiten kunnen worden beïnvloed door de gevraagde inrichting of het gevraagde beheer van de open ruimte.

    In het eerste en het tweede lid wordt verstaan onder open ruimte: een gebied waarin de onbebouwde ruimte overweegt maar waarin elementen van bebouwing en infrastructuur die samenhangen met de onbebouwde ruimte kunnen voorkomen en plaatselijk kunnen overwegen.

  • De Vlaamse Regering kan beslissen een of meerdere instrumenten als vermeld in deel 2, toe te passen voor de realisatie van een project, plan of programma, als de toepassing van de instrumenten bijdraagt tot de realisatie van het beleid dat ze voert op het vlak van het behoud, het herstel en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de ruimte.

    Het provinciebestuur kan beslissen een of meer instrumenten als vermeld in deel 2, toe te passen voor de realisatie van een project, plan of programma, als het een project, plan of programma betreft dat door het provinciebestuur is goedgekeurd en als de toepassing van de instrumenten bijdraagt tot de realisatie van het beleid dat het voert op het vlak van het behoud, het herstel en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de ruimte. Voor de toepassing van de instrumenten inrichtingswerken uit kracht van wet, vrijwillige bedrijfsverplaatsing, bedrijfsreconversie, bedrijfsstopzetting, recht van voorkoop, vestigen van erfdienstbaarheden tot openbaar nut, herverkaveling uit kracht van wet, herverkaveling uit kracht van wet met planologische ruil en vergoeding voor waardeverlies van gronden, is een machtiging van de Vlaamse Regering vereist.

    Het gemeentebestuur kan beslissen een of meerdere instrumenten als vermeld in deel 2, toe te passen voor de realisatie van een project, plan of programma, als het een project, plan of programma betreft dat door het gemeentebestuur is goedgekeurd en als de toepassing van de instrumenten bijdraagt tot de realisatie van het beleid dat het voert op het vlak van het behoud, het herstel en de ontwikkeling van functies en kwaliteiten van de ruimte. Voor de toepassing van de instrumenten inrichtingswerken uit kracht van wet, vrijwillige bedrijfsverplaatsing, bedrijfsreconversie, bedrijfsstopzetting, recht van voorkoop, vestigen van erfdienstbaarheden tot openbaar nut, herverkaveling uit kracht van wet, herverkaveling uit kracht van wet met planologische ruil en vergoeding voor waardeverlies van gronden, is een machtiging van de Vlaamse Regering vereist.

  • Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu 21/10/1997
    §1. De Vlaamse regering of haar gemachtigde kan in de gebieden of gebiedscategorieën vermeld in artikel 20, 1° en 2° en in andere door de Vlaamse regering of haar gemachtigde met redenen omkleed aan te duiden gebieden, een natuurinrichtingsproject instellen.

    Met natuurinrichtingsprojecten worden maatregelen en inrichtingswerkzaamheden beoogd die gericht zijn op een optimale inrichting van een gebied met het oog op het behoud, het herstel, het beheer en de ontwikkeling van natuur en natuurlijk milieu in het VEN, de speciale beschermingszones en in groen-, park-, buffer-, bos- en bosuitbreidingsgebieden en de ermee vergelijkbare gebieden, aangeduid op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening.

    Een natuurinrichtingsproject voor een gebied dat behoort tot een speciale beschermingszone, doch niet tot het VEN, kan, naast de maatregelen op basis van artikels 13, 27, 28, 29 en 51, slechts die maatregelen bevatten die nodig zijn voor de instandhouding van de habitats of habitats van soorten waarvoor de speciale beschermingszones werd vastgesteld of aangewezen.

    § 2. De Vlaamse regering stelt de nadere regels vast met betrekking tot de maatregelen binnen natuurinrichtingsprojecten. Deze maatregelen kunnen inhouden:
    1° kavelruil uit kracht van wet, met inbegrip van herkaveling;
    2° infrastructuur- en kavelwerken;
    3° aanpassing van de wegen en van het wegenpatroon;
    4° bewarende maatregelen om te voorkomen dat, vanaf het moment van de aanduiding, het gebruik of de plaatsgesteldheid van het gebied zodanig gewijzigd wordt dat het natuurinrichtingsproject belemmerd wordt;
    5° het tijdelijk opheffen van de bevoegdheden van de administratieve overheid en openbare besturen gedurende de uitvoering van het natuurinrichtingsproject;
    6° het tijdelijk beperkingen opleggen aan het genot van onroerende goederen tijdens de uitvoering van het natuurinrichtingsproject;
    7° waterhuishoudingswerken zoals peilwijziging, wijziging van de structuurkenmerken van de waterlopen, aanpassen van het afwateringspatroon, en aanpassing van de watertoevoer en -afvoer;
    8° grondwerken zoals reliëfwijziging en afgraving;
    9° uitbouw van natuureducatieve voorzieningen;
    10° bedrijfsverplaatsing;
    11° erfdienstbaarheden vestigen of afschaffen.

    § 3. De Vlaamse regering kan de nadere regels vastleggen betreffende de procedure en de uitvoeringsmodaliteiten inzake het voorbereiden, het uitvoeren en het opvolgen van natuurinrichtingsprojecten.

    § 4. De Vlaamse regering kan voorwaarden bepalen waaronder de eigenaar of degene die het gebruiksrecht heeft van een betrokken gebied een vergoeding kunnen krijgen voor de uitvoering van het natuurinrichtingsproject.
  • Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffen
    § 1. Voor elk natuurinrichtingsproject dat door de minister overeenkomstig het artikel 47 van het decreet is ingesteld, stelt de afdeling een projectrapport op met betrekking tot:
    1° de maatregelen die binnen het ingestelde natuurinrichtingsproject van toepassing zouden dienen gesteld;
    2° de nadere uitvoeringsmodaliteiten.

    Het Agentschap kan zich hiervoor laten bijstaan door het Instituut, door de VLM of door externe deskundigen.

    § 2. Het in § 1 bedoelde projectrapport omvat ten minste:
    1° administratieve gegevens :
    a) een aanduiding van het juridisch kader en het beleidskader dat geldt in het vastgesteld gebied, met in het bijzonder een weergave van de planologische en andere gebiedscategorieën waaronder het projectgebied valt;
    b) een nominatieve lijst van belanghebbenden, opgemaakt overeenkomstig artikel 28;
    2° beleidsgegevens:
    a) indien er voor het vastgestelde gebied of voor een deel ervan geen natuurrichtplan, managementplan of managementplan Natura 2000, vermeld in het decreet, is vastgesteld: een voorstel voor de natuurdoeltypes, de natuurstreefbeelden, de doelsystemen en de doelsoorten van het project;
    b) een voorstel voor de bij de verdere uitvoering van het project te betrekken bevoegdheden;
    c) een raming van de kosten voor de uitvoering van het project;
    d) een aanduiding van de impact van de ingrepen en de mogelijke disproportionele gevolgen hiervan buiten het natuurinrichtingsproject;
    3° een voorstel van de binnen het natuurinrichtingsproject te treffen maatregelen, desgevallend gebaseerd op een kosten-batenafweging met betrekking tot mogelijke alternatieve maatregelenpakketten;
    4° een voorstel van modaliteiten tot uitvoering van het natuurinrichtingsproject.

    § 3. Het in § 1 bedoelde projectrapport dient door het Agentschap binnen een termijn van één jaar na de instelling van het project bezorgd aan:
    1° de minister;
    2° het natuurinrichtingsprojectcomité, met verzoek tot uitbrengen van het advies bedoeld in artikel 26;
    3° de projectcommissie; bedoeld in dit artikel;
    4° de Gouverneur van de betrokken provincie;
    5° de Burgemeester van de betrokken gemeente, met verzoek tot uitvoering van heet openbaar onderzoek bedoeld in artikel 25.
Contact
In de praktijk

Voorbeelden zijn het openhouden van een noodzakelijk pad of toegang of de gecontroleerde overstroming van een erf.