Planbatenheffing

een gewestelijke belasting op percelen die een meerwaarde genieten door een omzetting van een niet bebouwbare bestemming tot woonzone, zone voor bedrijvigheid of recreatiezone

 

Algemene informatie

De planbatenheffing is een belasting op de meerwaarde die een perceel krijgt door een bestemmingswijziging. Dat is het geval bij bestemmingswijzigingen waarbij onbebouwbare gronden herbestemd worden tot woonzone, zone voor bedrijvigheid of recreatiezone. 

Na de bestemmingswijziging ontvangt de grondeigenaar een aanslagbiljet van de Vlaamse Belastingdienst. De aanslag hoeft pas voldaan te worden op het ogenblik dat de eigenaar de meerwaarde van de grond effectief realiseert, bijvoorbeeld bij verkoop van de grond of bij afgifte van een stedenbouwkundige vergunning. Wie vroeger betaalt, kan vermindering krijgen. 

Toepassing

De planbatenheffing bedraagt tussen 1% en 30% van de geschatte meerwaarde van het perceel. De meerwaarde wordt progressief belast per schijf. Zo wordt de meerwaarde van 0 tot 12.500 euro belast tegen 1%. Van 50.000 tot 100.000 gaat het om 5%. Het deel van de meerwaarde boven 500.000 euro wordt tegen 30% belast. 

De berekening gebeurt steeds per kadastraal perceel afzonderlijk en verloopt in 2 stappen:  

De detailberekening van de planbatenheffing per concrete situatie is steeds bijgesloten bij het aanslagbiljet. 

Aandachtspunten
  • Op te maken documenten:
    • register van percelen waarvoor de planbatenregeling van toepassing kan zijn (als bijlage bij de toelichtingsnota van het RUP). Deze informatie wordt uitgewisseld via een digitaal platofrm, DSI.

    • aanslagbiljet, door Vlabel verzonden naar de hoofdbelastingplichtige 
  • Verwachte financiële impact:
  • Gekoppelde instrumenten:
    • ruimtelijk uitvoeringsplan

Inkomsten uit planbaten komen rechtstreeks in een planbatenfonds. De verdere verdeling van de inkomsten gebeurt als volgt.  

  1. Inkomsten uit omzetting naar ‘bedrijvigheid’ voor gewestelijke RUP’s gaan naar het Rubiconfonds . Dit fonds dient om herstelkosten in overstroomde gebieden te prefinancieren. 
  2. Inkomsten uit omzetting naar bedrijvigheid binnen gemeentelijke resp. provinciale RUP’s gaan naar die gemeenten en provincies. 
  3. Inkomsten die voortvloeien uit een planologische oplossing voor weekendverblijven gaan naar de betreffende gemeenten. 
  4. Alle overige inkomsten gaan naar het Grondfonds.
Regelgeving in detail
  • Een planbatenheffing is verschuldigd wanneer een in werking getreden ruimtelijk uitvoeringsplan of bijzonder plan van aanleg op een perceel één of meer van de hiernavolgende bestemmingswijzigingen doorvoert :
    1° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bos », « overig groen » of « reservaat en natuur » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « wonen » valt;
    2° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « landbouw » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « wonen » valt;
    3° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « recreatie » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « wonen » valt;
    4° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « gemeenschaps- en nutsvoorzieningen » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « wonen » valt;
    5° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bedrijvigheid » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « wonen » valt;
    6° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bos », « overig groen » of « reservaat en natuur » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bedrijvigheid » valt;
    7° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « landbouw » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bedrijvigheid » valt;
    8° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « recreatie » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bedrijvigheid » valt;
    9° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « gemeenschaps- en nutsvoorzieningen » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bedrijvigheid » valt;
    10° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « gemeenschaps- en nutsvoorzieningen » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « recreatie » valt;
    11° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bos », « overig groen » of « reservaat en natuur » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « recreatie » valt;
    12° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « landbouw » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « recreatie » valt;
    13° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bos », « overig groen » of « reservaat en natuur » valt, naar een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « landbouw » valt;
    14° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « bos », « overig groen » of « reservaat en natuur » valt, naar een zone die onder de subcategorie van gebiedsaanduiding « gebied voor de winning van oppervlaktedelfstoffen » valt;
    15° de bestemmingswijziging van een zone die onder de categorie van gebiedsaanduiding « landbouw » valt, naar een zone die onder de subcategorie van gebiedsaanduiding « gebied voor de winning van oppervlaktedelfstoffen » valt.

  • Er is geen planbatenheffing verschuldigd in volgende gevallen :
    1° wanneer de bestemmingswijziging niet voor gevolg heeft dat voortaan een omgevingsvergunning verkregen kan worden die vóór de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan of het bijzonder plan van aanleg niet verkregen kon worden;
    2° wanneer de bestemmingswijziging minder dan vijfentwintig procent van een perceel bestrijkt en/of een perceelsgedeelte van minder dan 200 m2 betreft;
    3° wanneer voor het perceel een ruimtelijk uitvoeringsplan, dan wel een bijzonder plan van aanleg, in werking treedt om te voldoen aan een verplichting tot planschadevergoeding;
    4° wanneer het perceel waarop de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan, dan wel het bijzonder plan van aanleg, een zonevreemde, hoofdzakelijk vergunde en niet-verkrotte woning in de zin van artikel 4.4.10 gevestigd is, een voor wonen geëigende bestemming krijgt ten gevolge van het plan;
    5° wanneer een perceel, begrepen in een niet-vervallen verkaveling, bestemd voor woningbouw, een voor woningbouw geëigende bestemming krijgt ten gevolge van het plan;
    6° wanneer het perceel waarop de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan, dan wel het bijzonder plan van aanleg, een zonevreemd, hoofdzakelijk vergund en niet-verkrot bedrijf in de zin van artikel 4.4.10 gevestigd is, een voor bedrijvigheid geëigende bestemming krijgt ten gevolge van het plan;
    7° wanneer het perceel waarop de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan, dan wel het bijzonder plan van aanleg, zonevreemde, hoofdzakelijk vergunde en niet-verkrotte gebouwen of terreinen voor sport-, recreatie- en jeugdactiviteiten gelegen of gevestigd zijn, een voor deze activiteiten geëigende bestemming krijgt ten gevolge van het plan;
    8° als het perceel is opgenomen in een grondruilplan als vermeld in artikel 2.1.65 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting.

  • Percelen die worden onteigend of overgedragen in der minne ten algemenen nutte worden van planbatenheffing vrijgesteld, voor zover voldaan is aan beide hiernavolgende voorwaarden :
    1° er wordt overeenkomstig artikel 74 van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 geen rekening gehouden met de waardevermeerdering die voortvloeit uit de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan, dan wel het bijzonder plan van aanleg;
    2° de onteigening, respectievelijk de overdracht in der minne ten algemenen nutte, gebeurt ten laste van de heffingsplichtige en niet ten aanzien van een derde-verkrijger.

    De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, geldt proportioneel voor de oppervlakte waarop de onteigening of de overdracht in der minne ten algemenen nutte betrekking heeft.

    Indien de onteigening of de overdracht in der minne ten algemenen nutte plaatsvindt nadat de planbatenheffing, of een gedeelte daarvan, reeds is betaald, worden de reeds betaalde bedragen naar rato van de toegekende vrijstelling terugbetaald, evenwel zonder dat moratoriuminteresten verschuldigd zijn.
     
  • Aard van de bestemmingswijziging

    § 1. De planbatenheffing wordt berekend uitgaande van de vermoede meerwaarde van een perceel ten gevolge van de bestemmingswijziging en op basis van de oppervlakte van de bestemmingswijziging op het perceel. De oppervlakte van het perceel is de bij het kadaster gekende oppervlakte.

    § 2. De vermoede meerwaarde van een perceel wordt berekend conform de volgende tabel:
     

    aard van de bestemmingswijziging bedrag van de vermoede meerwaarde per mØ
    wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 1° 117,64 euro
    wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 2° 116,65 euro
    wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 3° 113,24 euro
    wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 4° 116,07 euro
    wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 5° 63,08 euro
    wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 6° 84,80 euro
    wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 7° 83,81 euro
    wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 8° 80,40 euro
    wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 9° 83,23 euro
    wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 10° 2,83 euro
    wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 11° 4,40 euro
    wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 12° 3,41 euro
    wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 13° 0,99 euro
    wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 14° 5,49 euro
    wijziging als vermeld in artikel 2.6.4, 15° 4,50 euro


    Indien het perceel het voorwerp uitmaakt van meerdere gelijktijdige bestemmingswijzigingen, wordt de vermoede meerwaarde van het perceel berekend als de optelsom van de producten van de respectievelijke oppervlaktes van elke wijziging en het bedrag van de vermoede meerwaarde per m2, zoals weergegeven in de tabel, opgenomen in het eerste lid.

    Indien een zone die nog niet is afgebakend met toepassing van artikel 2.2.6, § 2, eerste lid, onder meerdere categorieën van gebiedsaanduiding valt, wordt de vermoede meerwaarde berekend aan de hand van de categorie waaronder de meerderheid van de functies van de zone ressorteert.

    § 3. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de berekening van de vermoede meerwaarde de oppervlakte van de bestemmingswijziging beperkt tot een maximale oppervlakte van 2750 m2, voor zover tegelijk aan volgende voorwaarden is voldaan :
    1° het betreft een bestemmingswijziging zoals vermeld in artikel 5.4.2, tweede lid;
    2° de bestemmingswijziging heeft niet tot gevolg dat het bestaande aantal woongelegenheden kan worden verhoogd;
    3° de bestemmingswijziging heeft niet tot gevolg dat het bouwvolume kan worden verhoogd tot meer dan 1 000 m3;
    4° de bestemmingswijziging heeft niet tot gevolg dat een verkavelingsvergunning voor het perceel kan worden afgeleverd.

    De beperking van de oppervlakte is niet van toepassing op eventuele andere gelijktijdige bestemmingswijzigingen op het perceel.

    § 4. Paragraaf 3 is van toepassing op ruimtelijke uitvoeringsplannen die vanaf 1 september 2009 voorlopig worden vastgesteld.

    Indien voor het perceel dat onder de toepassing valt van paragraaf 3 reeds een planbatenheffing werd gevestigd, kan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie ambtshalve ontheffing ten belope van het te veel aangerekende bedrag verlenen. Indien dit aanleiding geeft tot een gedeeltelijke terugbetaling van de planbatenheffing zijn geen moratoriumintresten verschuldigd.

  • Gedeelte van de vermoede meerwaarde Voor de berekening van de planbatenheffing wordt het bedrag van de vermoede meerwaarde van een perceel verdeeld in schijven, die elk onderworpen worden aan een specifiek heffingspercentage.

    Deze berekening gebeurt aan de hand van volgende tabel :

    Gedeelte van de vermoede meerwaarde

    Percentage toepasselijk op het overeenstemmend gedeelte

    Totale bedrag van de heffing over het voorgaand gedeelte

    van 0,01 tot en met 12.500 EUR

    1 t.h.

    /

    van 12.500 tot en met 25.000 EUR

    2 t.h.

    125 EUR

    van 25.000 tot en met 50.000 EUR

    3 t.h.

    375 EUR

    van 50.000 tot en met 100.000 EUR

    5 t.h.

    1.125 EUR

    van 100.000 tot en met 150.000 EUR

    8 t.h.

    3.625 EUR

    van 150.000 tot en met 200.000 EUR

    14 t.h.

    7.625 EUR

    van 200.000 tot en met 250.000 EUR

    18 t.h.

    14.625 EUR

    van 250.000 tot en met 500.000 EUR

    24 t.h.

    23.625 EUR

    boven de 500.000 EUR

    30 t.h.

    83.625 EUR

     

Contact

Veelgestelde vragen over planbaten vind je op deze webpagina van het departement Omgeving.  

Informatie over de inning planbatenheffing vind je op deze webpagina van de Vlaamse Belastingdienst

Contactpagina Vlabel  

In de praktijk
  • Uit het Ruimterapport (2018): “In de periode 2009-2016 werd 38,7 miljoen euro aan planbaten geïnd (Vlaamse Belastingsdienst, 2017). Uit een analyse van de planbaten in de periode 2009-2013 (Ruimte Vlaanderen, 2013) blijkt dat tweede derde van de planbaten afkomstig zijn van gewestelijke RUP’s en dat hoofdzakelijk landbouwgebied (2.480 ha), recreatiegebied (730 ha) en groen (620 ha) een andere bestemming kregen. De top 3 doelbestemmingen zijn bedrijventerreinen (1.940 ha), woonbestemming (1.100 ha) en recreatiegebied (760 ha). Uit eigen data van het Departement Omgeving blijkt dat in de periode 2007-2016 voor de gewestelijke RUP’s 14,6 miljoen aan planschade werd uitbetaald. Voor provinciale en gemeentelijke RUP’s zijn geen cijfers gekend.”
  • voorbeeldbestanden voor het aanleveren van planbateninformatie